Lagen

Dit is mijn theorie van hoe we voelen, zoals ik dat heb ervaren in mijn schommelstoel:

De bovenste laag is wat je op dagelijkse basis meemaakt. Iemand zegt iets tegen je of doet iets, en daar voel je iets bij. Blijheid, boosheid, verlegenheid, angst, verzin zelf maar iets. Of je doet zelf iets waar je iets van vind en waar je wat bij voelt (je vriendin vraagt of de trui haar staat en je vind m lelijk, maar zegt toch maar dat je ‘m mooi vindt om haar gevoelens te sparen, bijvoorbeeld). Als je dat hebt verwerkt kom je in een rustige laag terecht. Daar gebeurt even niet zoveel. Daar is ruimte om te ontspannen. Onder die rustige laag zitten echter diepere, vaak onbewuste gevoelens. Je diepe angsten, die je aan niemand vertelt, soms zelfs niet aan jezelf. Je verlegen deel, waar je ondertussen ‘overheen gegroeid’ bent. Je onverwerkte trauma’s. Noem maar op. Dááronder zit de liefde waar deze wereld uit is opgebouwd en waar we allemaal in zijn ge-ent. Waarin we ook allemaal met elkaar verbonden zijn.

De lagen zijn met elkaar verbonden. Dagelijkse ervaringen kunnen naar de diepere gevoelens zakken, en diepere gevoelens kunnen je reactie op dagelijkse gebeurtenissen beinvloeden. Dat betekent niet dat je geen keus hebt in hoe je reageert op die gevoelens! Je hebt altijd een keus, zelfs al houdt er iemand een pistool tegen je hoofd. Sommige opties lijken alleen minder aantrekkelijk… Dat die opties minder aantrekkelijk zijn kan ook iets te maken hebben met je beschermingsmechanismen.

Als we ons dagelijks leven leiden en liefdevolle (met betrekking tot anderen en met betrekking tot onszelf) keuzes maken, kunnen de wonden in de laag van diepere gevoelens (onbewust) genezen. Ik was vroeger bijvoorbeeld heel zenuwachtig als ik een presentatie moest geven. In mijn studententijd heb ik er toen voor gekozen dat meer te oefenen, zonder dat ik bovenstaande theorie al had. Soms hebben we bij de verwerking hulp nodig van een professional (of een wonder), en gebeurt het genezingsproces heel bewust. Hoe het ook gebeurt, het is daarbij belangrijk ál je gevoelens te blijven voelen, ook de moeilijke, omdat ze je altijd iets belangrijks vertellen. Als we bijvoorbeeld boos of verdrietig zijn, stoppen we dat vaak weg. Omdat je niet in een veilige omgeving bent om het te uiten. Of omdat je denkt dat je daar een geliefde mee beschermt. Of misschien denk je dat ze te groot zijn voor wat er gebeurt (dat duidt waarschijnlijk op een diepere wond). Of omdat je denkt dat het niet gepast is of je je zo niet mag voelen. Dat laatste deed ik. Als ik boos op iemand was schoot ik meteen door in excuses voor dat gedrag vinden, en daarmee te ‘vergeven’. Maar ik vergat de boosheid te voelen. Daarmee stolden mijn gevoelens, kon het niet meer stromen. Ik voelde geen (volledige) boosheid meer, maar ook geen liefde. Ik werd cynisch. Nu leer ik weer te voelen. Voelen is iets anders dan er naar handelen, overigens (dat kan altijd nog, als dat nodig blijkt). Vaak kom ik er dan achter dat mijn gevoel niet veroorzaakt wordt door gedrag van de ander, maar door een wond in mijn diepe gevoelens. Als ik daar naar leer luisteren, kan die wond genezen en ben ik de volgende keer niet meer boos als je zegt dat je mijn trui niet mooi vindt (jij kan er ook niks aan doen dat je geen smaak hebt…).

Met mijn HSP voel ik mijn eigen gevoelens meer intens. Maar ik voel ook de gevoelens van andere mensen. Vaak ook met een fysieke component (buikpijn bij stress, maar ook specifieker, last van mijn schouder omdat er iemand figuurlijk aan mijn arm trekt). Als je niet weet waar dat alles vandaan komt, is het vooral heel lastig (en pijnlijk!). dus ik leerde al vroeg mijn gevoelens deels te negeren. Dat was mijn beschermingsmechanisme. In mijn HSP-ontdekkingstocht leer ik wat ik voel steeds meer toe te laten. Ik merk nu dat mijn lichaam soms wat ik voel interpreteert met beelden of met muziek