Voelen en veiligheid

Toen ik een paar keer naar mijn cranio-sacraal therapeut was gegaan raadde ze me aan om een schommelstoel te kopen. Ik was namelijk op een bewegende kruk gaan zitten schommelen, om mezelf te troosten. Ik (en iedereen denk ik) had blijkbaar een veilige omgeving nodig om écht te voelen wat er van binnen speelt. En dat snap ik. Soms waren gevoelens zo groot dat ik ze van me af heb geslagen. Alsof ik geestelijk gehandicapt ben en ze niet op een “rationele” manier kan verwerken. Het zijn een soort trauma’s die ik beleef (ik ben nog op zoek naar een kleiner woord. Wonden?). Oude gevoelens die nooit goed zijn verwerkt, onderdrukt, maar geen deel geworden van mijn verhaal. En daardoor herleven op het moment dat ik iets meemaak dat de oude trauma’s oproept. Zoals je héél boos kan worden op iemand die iets zegt van je kleren, omdat je oma altijd zo kritisch was op wat je droeg.

Niet alles is oude trauma’s. Een deel van het onderdrukken kwam ook voort uit mijn beleving dat je als christen moet vergeven, en je vooral niet boos voelen. Dat laatste was een denkfout. Ik denk dat je juist wél moet voelen. Je moet je boosheid alleen niet omzetten in een vernielende handeling. Als je je boosheid (en/of andere emoties) voelt, maar er niet direct naar handelt, kun je gaan luisteren naar wat ze te zeggen hebben (net als bij trauma’s), en kun je er van leren. Emoties en gevoelens vertellen je altijd iets, als je ze een veilige plek geven. Vaak vertellen ze je iets heel anders dan je verwacht.. Heel vaak als ik boos ben, ben ik eigenlijk gewoon heel moe. Ik gebruik de boosheid om energie te krijgen en door te gaan. Ik leer nu om steeds weer te zoeken naar (zelf)liefde, en daar mijn energie uit te halen. Dat kan dus betekenen dat ik wat meer rust neem.